Gedachten over gebouwen

0
1597
Foto: Herre Stegenga

Wat denkt hij daar hoog op zijn zuil op het Stadhuisplein, met een jas die wappert in de wind? Zou Cornelis Lely, over hem gaat het, trots zijn op Lelystad? De polderstad die hij zijn naam gaf en waarvoor hij de basis heeft gelegd. Hij kijkt richting de voormalige Zuiderzee, natuurlijk kijkt hij naar het water. Over een vlakte van steen, beton en groene vlekken heen, dat wel. In zijn linker ooghoek ziet hij de Zilverparkkade, een pareltje van moderne en gewaagde architectuur. En als Lely zijn ogen toeknijpt, ziet hij in de verte het complex Batavia Haven. Klassiek, maar opvallend, met een knipoog naar zijn geboortestad Amsterdam.

Twee parels in een stad die wel wat meer opvallende gebouwen kan gebruiken. Immers, een jonge stad die nog wankel op de benen staat, moet zich onderscheiden. Meer van hetzelfde, daar loopt niemand voor warm. Er zijn meer voorbeelden, maar veel zijn het niet. Neem de Agora en Lely’s eigen zuil: nu algemeen geaccepteerd, maar bij de bouw en na de oplevering omstreden. Je vond het mooi of lelijk, een middenweg leek er niet. Jammer? Juist niet. Discussie over een gebouw is een teken dat het mensen beroert, dat ze zich betrokken voelen. En dat heeft een jonge stad als Lelystad nodig.

Ook inmiddels verdwenen gebouwen hebben de tongen losgemaakt. Niet iedereen stond te springen toen de hoge fietsroute werd gesloopt. En wat te denken van de Waterwijzer. De zoon van de architect heeft er alles aan gedaan om de schepping van zijn vader te bewaren. Gek trouwens, hoe je zo’n gebouw met andere ogen gaat bekijken als het onderwerp van discussie is. Jarenlang langs gereden en onderdoor gefietst zonder het goed te bekijken. Eigenlijk was die wenteltrap langs de gevel – kenmerkend voor zijn vader, zei zoon Adse Jelles – best mooi. En als ergens het gescheiden verkeerssysteem van Lelystad tot uiting kwam, dan was het daar wel. En denk eens aan de belangrijke besluiten die er zijn genomen. Als je dat alles door liet dringen, zag je een ander gebouw.

Mocht het Agoradek nog eens tegen de vlakte gaan dan zal dat niet tot een handtekeningenactie leiden. Er zal geen actiecomité worden opgericht door woedende tegenstanders. Enkele jaren geleden werd een sloopplan aangekondigd, zonder dat het (voor zover bekend) tot protest leidde. Het plan is stukgelopen. Het merkwaardige bouwsel staat er nog en heeft net een opknapbeurt gekregen. Vrolijke kleuren, beter dan het is geweest. Maar de parkeergarage met appartementen en Chinees restaurant daarboven zal nooit een visitekaartje worden. Maar toch, maar toch. De gedachte erachter is wel weer bijzonder. Gebouwd in de jaren zeventig voor de forens, die dagelijks naar het oude land reed om te werken. Parkeren onder je woning, dat was de gedachte. Sinds ik dat weet, kijk ik anders. Mooi vind ik het complex nog steeds niet, maar om mij hoeft het niet te verdwijnen. Zo’n gek gebouw dat je alleen in Lelystad tegenkomt: koester het, zeg ik.

Niet alle oude panden hoeven van mij te blijven staan trouwens. Neem dat grauwe gedrocht aan de Waagstraat, waar Triade zit. Al had Lely het op zijn sterfbed geschetst, dan nog mag het van mij meteen verdwijnen. Beter een kale plek dan een lelijk gebouw, weg ermee.