Lelystad, eh, leuk

0
1945
Foto: Xander Haenen

‘Lelystad…’, zegt hij en laat een korte stilte vallen. Ik hoor hem bijna denken: dat lijkt me een stad van niks, maar ik weet het niet zeker. Hij besluit nog een vraag te stellen: ‘Won’n daar veel buut’nlanders?’

Ik ben voor mijn werk in een dorp op de Veluwe en praat met een bewoner. Aan het eind van het gesprek vraagt hij waar ik woon, het antwoord lijkt hem te verontrusten. ‘Kom hier maar won’n’, zegt hij nadat we het even over Lelystad hebben gehad. ‘Mooie huus’n genoeg’. Voor de duidelijkheid: het gaat om een man die naast een kraakpand woont waar openlijk drugs wordt gebruikt en waar meisjes zich, vermoedt hij, prostitueren. Hij is de overlast spuugzat… maar Lelystad is erger.

Het overkomt me regelmatig, mensen die op z’n zachtst gezegd nogal voorzichtig reageren als ze horen dat ik in Lelystad woon. Ook kort voor het werkbezoek aan de Veluwe nog, op vakantie in Luxemburg. ‘Is daar nou veel criminaliteit?’ vraagt de buurman op het bungalowpark. Ook veel gehoord: ‘Lelystad? Oh, eh, leuk’.

Vroeger schoot ik in de verdediging, tegenwoordig leg ik rustig uit dat Lelystad groen, ruim opgezet, rustig en lekker centraal gelegen is. En ik nodig mensen uit om eens langs te komen. Ik durf te beweren dat ik ze binnen een uur op andere gedachten breng. Andere keren praat ik maar met de sceptici mee: nare stad, vooral niet naartoe komen. En doe je dat wel, trek dan een kogelvrij vest aan. Het stoort me, anderzijds begrijp ik de weerstand wel. Zelf had ik ooit ook een bepaald beeld van Lelystad en dat werd bevestigd toen ik er een weekendbaantje kreeg en ’s zaterdags over de markt naar mijn werk liep. Ik voelde me een uitzondering zonder trainingspak. Nee, ik was een uitzondering.

Het kan verkeren en nu woon ik er alweer bijna zestien jaar. Met erg veel plezier. Is het mijn droomstad? Nee, dat niet. Maar welke stad is dat wel. Ik heb in elk geval geen verhuisplannen. Misschien zijn er meer ‘buut’nlanders’ dan elders. Nou en. En wat de criminaliteit betreft: even afkloppen, maar ik heb er in zestien nauwelijks last van gehad. Ja, mijn fiets is gestolen, maar ik had ‘m niet op slot gezet.

Schilderachtige straatjes en oude kerken zijn er niet, maar dat vergeet je snel als je vanaf een terras aan de kust de zon sissend in het Markermeer ziet verdwijnen. En ach, boven alles wordt een stad gemaakt door mensen. En die zijn in Lelystad net zo leuk als elders – misschien wel leuker. Daar kan geen imagocampagne tegenop.