‘Het onkruid groeide tot in de hemel’

0
1567
Bron: Flevolands Geheugen

‘De eerste Amsterdammers kwamen in de jaren zeventig hoofdzakelijk in de Kempenaar en de Schouw terecht. Omdat ze driehoog achter woonden, vonden ze het geweldig om een tuin te hebben. Maar wat gebeurde er? Het onkruid groeide soms tot de hemel. Ik weet nog dat de plantsoenendienst daar altijd even langs ging om te zeggen: “Je moet de tuin een beetje bijhouden!”

Een deel uit een interview met Jan Poelhekke. Hij werd een paar maanden geleden geïnterviewd door Nieuw Land Henk Pruntel. Deze onderzoeker ging op zoek –voor een tentoonstelling over wereldburgers- naar verhalen van Amsterdammers, Marokkanen en Surinamers die in de jaren zeventig en tachtig naar Lelystad verhuisden.

‘Er is al jarenlang veel aandacht voor polderpioniers in Flevoland. Maar eigenlijk weten we geen fluit van de komst van deze groep mensen naar de poldersteden’, zegt Willy van der Most, hoofd collecties en onderzoek van Nieuw Land.

Nieuw Land besloot veertig mensen te interviewen. Pruntel werkte de verhalen uit tot korte artikelen. Thea Laffra, tegenwoordig werkzaam voor Welzijn Lelystad, vertelt ook haar verhaal. Ze verhuisde in 1975 vanuit Amsterdam naar Lelystad. ‘Vanuit de beleving van Amsterdam hadden we in Lelystad een enorm groot huis met tuin’, vertelt ze.

Fietstassen

‘Alleen op dinsdags was er in ‘t Lelycentre een markt. Tja, hoe deed je dat met de kinderen? Je had twee fietstassen en twee tassen aan het stuur. Je klopte bij de buurvrouw aan en zei: “Hier is de sleutel, de kleintjes slapen, ik ga boodschappen doen.” Dan was je ook verplicht om ook voor haar de spullen mee te nemen. Je ging als een hazenwindhond op de fiets, die fietsbruggen op en af, en dan kwam je weer terug met al die boodschappen. Zo wisselde je dat met elkaar af.’

Fatima Ahariz verhuisde in 1980 naar Lelystad. Ze miste de zon en warmte uit Marokko. ‘Ik had geen dikke jas bij me. Ik bibberde van de kou! Ik heb gelijk een nieuwe jas gekocht.’ De Surinaamse Agnes Plein verhuisde in 1980 van Amsterdam naar Lelystad. ‘Het was net alsof je op een buitenplaats was gaan wonen. Elk weekend kwamen familieleden kijken en zeiden: “Meisje, waar ben je gaan wonen?! Dit is het einde van de wereld!”

Wennen

Een ding is duidelijk; het was voor veel nieuwkomers wennen in Lelystad. In de jaren tachtig stagneerde de groei van de stad en er waren nog maar weinig voorzieningen. Veel Lelystedelingen werkten in Amsterdam en omgeving en gingen iedere werkdag met de bus over de Oostvaardersdijk naar Amsterdam. Pas in 1983 was de A6 gereed.

De allochtone bewoners, zoals de mensen uit Marokko en Suriname, hadden het extra moeilijk, omdat ze zich ook aan de voor hen vreemde – Nederlandse – omstandigheden moesten aanpassen. ‘Marokkaanse gastarbeiders werden in de gelegenheid gesteld hun gezinnen over te laten komen, maar de vrouwen en de kinderen kenden de taal niet. En, waar konden ze naar school, waar konden ze bidden of hun levensmiddelen inkopen?’, vertelt Van der Most.

De volledige verhalen van de wereldburgers zijn te vinden op de website www.flevolandsgeheugen.nl