‘Het was een voorrecht om hier te filmen’

0
879
Foto: EMS Films

De cameramannen van De Nieuwe Wildernis maken deze maand hun laatste (lente)shots voor de natuurfilm over de Oostvaardersplassen. Een avontuur van zo’n anderhalf jaar loopt op z’n eind.

‘Mensen in Flevoland zullen zich nog bewuster worden van het unieke natuurgebied in hun achtertuin. Ik voel me bevoorrecht dat ik hier heb mogen filmen’, zegt natuurfotograaf en –filmer Paul Klaver.

‘Wat ik straks het meest ga missen zijn de prachtige ochtenden, waarin de edelherten uit de mist stappen en de eerste zonnestralen doorbreken’, zegt hij. De lente komt wat later opgang dan anders. Dat is ook te zien in de Oostvaardersplassen. Er waait een fris windje, aan de bomen zitten kleine groene knopjes en in het landschap is slechts her en der een bloem te vinden. ‘Het gevolg daarvan is dat er ook nog bijna geen insecten zijn’, zegt Paul.

Hij zet zijn auto even stil en kijkt uit over het uitgestrekte gebied. Een ganzenjong rolt over de kop en rent gedesoriënteerd achter zijn moeder, broertjes en zusjes aan. Verderop ligt een veulen in de zon en door het jonge gras huppelt een vos. ‘Aan de dikke staart van de vos is te zien dat het een mannetje is’, vertelt hij. ‘Het vrouwtje zit waarschijnlijk met haar jongen in de burcht. De vos heeft het voorzien op de pullen van de grauweganzen. Wanneer hij toeslaat, bijt hij ze een voor een dood en neemt hij de kuikens in zijn bek mee naar de burcht’, legt hij uit.

Dode bomen

Een deel van het landschap wordt gekenmerkt door de talloze dode bomen. De kale takken knakken af en de broze stammen vallen om of zakken ineen. De meeste bomen zijn aan het eind van hun latijn door ouderdom, anderen zijn in de winter geschild door de grote grazers. Paul Klaver vertelt dat buitenlandse natuurfilmers, die de Oostvaardersplassen de afgelopen tijd veel hebben bezocht, hun ogen uitkijken in het natuurgebied. ‘Hier laten we collega’s zien dat je voor mooie natuurbeelden niet naar Afrika hoeft’, lacht hij.

‘Een van de mooiste shots die we hebben gemaakt is die van een groep neerstrijkende brandganzen. Brandganzen zijn ontzettend schuw, dus het was onmogelijk om bij hen in de buurt goede opnames te maken. Na drie weken “trial and error” hebben we drie kleine camera’s op de grond gelegd en weggewerkt met aarde en ganzenpoep. De ganzen streken precies voor een van onze camera’s neer. Een prachtig beeld!’

Time-lapse

De specialiteit van Paul is het maken van time-lapsefilmpjes. Time-lapse is een filmtechniek waarbij er een aantal beelden per tijdseenheid wordt opgenomen. Dit levert een versnelde film op, waardoor effecten zichtbaar gemaakt kunnen worden die normaal te traag zouden verlopen om zichtbaar te zijn. Zoals het ontstaan van onweer, het tot bloei komen van planten en bloemen, het dichtvriezen van een meer of een zonsopkomst.

‘In De Nieuwe Wildernis worden veel time-lapse filmpjes gebruikt. Een van mijn favoriete filmpjes is die van een klauwachtige tak in de nacht. Ik wilde de sterrenhemel boven de tak in beeld brengen. Keer op keer lukte het, door lichtvervuiling en luchtvochtigheid, niet.’

‘Totdat ik besloot het in februari 2012, in de koudste nacht van het jaar, nog een keer te proberen. Ik zette mijn camera neer en stelde hem in. De volgende dag zag ik tijdens het uitlezen van de geheugenkaart dat het resultaat perfect was. Terwijl je ziet de dat boom bevriest, komt er een prachtige sterrenhemel voorbij. Deze shot zal zeker te zien zijn in de film.’

Voor de 28-jarige Groninger kwam anderhalf jaar geleden een droom uit toen hij door ecoloog en filmer/fotograaf Ruben Smit bij het filmteam van De Nieuwe Wildernis gevraagd werd. ‘Het samenstellen van het team kwam voor mij –doordat ik net een workshop time-lapse in Amerika had gevolgd- precies op het goede moment.’

De afgelopen anderhalf jaar is hij samen met de andere mensen van het productieteam gehecht geraakt aan de Oostvaardersplassen. ‘We hebben meer dan driehonderd uur materiaal geschoten van allerlei dieren; van zeearenden, ijsvogels, aalscholvers, vossen, heckrunderen, Konikpaarden tot aan edelherten.’